Het bedrijf draaide naar vermogen door in de oorlogsjaren. De Duitsers vorderden wagens en materiaal en menig personeelslid werd verplicht tewerkgesteld. Ook reed er zo nu en dan een vrachtwagen van Wander richting het westen, gevuld met aardappelen. Het Duitse merk Opel werd al lang voor de oorlog gevoerd en daar kwam ook geen verandering in. Wel was het tijdens de bezetting verboden Amerikaanse automerken te verkopen.
Een innovatie als gevolg van de oorlogsschaarste, want benzine was er nauwelijks meer te krijgen, was de Gortim. Geert Timmer construeerde met collega Gorter uit Roodeschool een gasgenerator, ‘Gortim’ geheten, Voor het functioneren ervan hadden Timmer en Gorter zelf een turf-cokes maatschappij in Emmen opgericht om aan de broodnodige brandstof te komen. Omslachtig maar doeltreffend en er waren vele meters filterdoek bij nodig, waarvan een groot deel nog jaren als kostuums in de verkleedkist van de familie Timmer circuleerde. De Gortim werd in de eigen smederij gefabriceerd door smid Loman. (Na de oorlog, vanwege anders overbodige lasapparatuur, werden er duizenden fietspompen gemaakt, maar ook tribunes voor het TT-circuit).
De Gortims vonden hun weg naar particulieren en bedrijven, bijvoorbeeld naar het wagenpark van de Asser conservenfabriek Wilco (in 1942 beschikte die over een Massey Harris tractor en een Citroën bestelwagen, uitgerust met een Gortim gasgenerator).